‘‘Ik raak verwondert door alles wat we niet zien. Juist dat is het mooiste om naar te kijken.’’
De leegte
Ik
was altijd op zoek
naar invulling, opvulling, vervulling
Iets wat me vol ledig zou maken.
Grote ambities
Altijd een doel
Maar waar naar toe?
En die vraag bracht me naar de leegte
De onuitputtelijke leegte
Waar de ruimte die ik zocht
Moeiteloos gevonden werd
Niet door een zoektocht
Maar een diepe overgave
In al wat is
En vanuit die leegte ontstaat alles
Bewegen in het niet-weten
Altijd wou ik het weten
Wat gaat er gebeuren in het leven?
Waarvoor ben ik hier?
Totdat ik de vraag verliet
En helderder ging zien
Een openbaring
Naar directe ervaring
Wezenlijke Vrijheid
Ik was vrij
Van verhalen
Van ambities
Van doelen
Van verlangen
Ik landde in essentie
Poëzie
Begon te verschijnen
Toen ik ging verdwijnen
Ik hoefde niets meer te doen
En toch gebeurde alles
Nog nooit zo aanwezig
In alles wat is
Niets meer
Een diepe rust
Een constante vreugde
Een gegronde aanwezigheid
Een belichaamde expressie
Alles als vanzelf
Vanuit het niets
En vanuit het niets
Werd het vanzelf alles
Stilte
Geef ik door
Niet omdat ik het wil
Maar omdat het niet meer anders kan
Stilte
Als bron van het zuiverste geluid
Leegte
Als kern om te herinneren wie je bent
Wat je leest
Is wat door mij heen beweegt
En als ik aan de kant ga
Moeiteloos expressie aan geef
Wat is het wat in jouw leeft
Als je er ruimte aan geeft?
Onvoorwaardelijk